web analytics

Let op: Deze website is gerestaureerd met behulp van gearchiveerde inhoud. De website eist geen rechten op deze inhoud.

Markt historie

De geschiedenis van de Deventer Markt
(geschreven door H.J. van Baalen,
met illustraties uit zijn boeken).

Deventer is een stad met een groots verleden, maar ook een dynamische stad die zorgvuldig haar verleden koestert en met verve aan haar toekomst bouwt.

Ontstaan

Ooit ontstond in de 9e eeuw langs de IJssel één van de belangrijkste handelsnederzettingen van ons land: Deventer. Vooral de Polstraat en omgeving werd de plaats waar een groep van internationale handelaren zich vestigde. Na de ondergang van Dorestad rond 950 kwam een deel van hun uitgeweken handelslui, mede door de invallen van de Noormannen die de Lage Landen onveilig maakten, naar Deventer.

Grote veranderingen traden op in de 10e en 11e eeuw toen Deventer werd omwald. Daarmee was de stad een van de eerste steden ten noorden van de Rijn die aarden wallen als bescherming had. De aarden wal maakte in de eeuwen daarna plaats voor de stenen ommuringen (een ieder moest zijn steentje ertoe bijdragen) waarbinnen het bestuurlijk en kerkelijk centrum viel nabij het Grote Kerkhof, maar ook het gebied bij een rivierduin (een natuurlijke verhoging) waarop in 1206 de Bergkerk werd ingewijd. De open ruimte tussen het
Bergkwartier en de rest van de oude stad werd de Brink, het handelshart van de stad waar vanaf de 14e eeuw 5 jaarmarkten per jaar werden gehouden en waarvoor kooplieden uit heel Europa naar toe kwamen.
De ruilhandel in de vroege middeleeuwen ging geleidelijk over tot het betalen met munten. De oudste vermelding van een in Deventer geslagen munt dateert uit 1400. Maar de in Deventer geslagen munten kwamen ook heel ver buiten de stad terecht. Daaruit blijkt hoe actief de Deventernaren vroeger al handel dreven.

De Bergenvaarders waren kooplieden die handel dreven met de stad Bergen in Noorwegen. Hun belangrijkste handelswaar was de stokvis. Deventer werd de stapelplaats van deze gedroogde vis en werd van hieruit verhandeld. De Schonenvaarders waren kooplieden die lakens (wollen stoffen), wijn en zout naar Schonen in Zuid-Zweden brachten en honing en pelzen mee terugbrachten.
Naast de Waag staat het huis van Herbert Dapper die in 1575 het huis De Drie Haringen liet bouwen.

Hanze

Vooral de Hanze een verbond van steden en kooplieden, zorgde voor een enorme economische ontwikkeling. Het Hanzeverband waarvan het Duitse Lübeck de belangrijkste stad was, had vanaf het midden van de 13e eeuw tot het einde van de 16e eeuw het monopolie op de handel naar de Oostzee en de Noordzee. Ruim 200 Hanzesteden beschermden hun kooplieden ook in den vreemde ondanks de wat losse organisatiestructuur van de Hanze. Deventer werd een ontmoetingsplaats voor kooplieden uit alle windrichtingen en was derhalve een zeer vooraanstaande stad.

Jaarmarkten

Het belangrijkste gebeuren van de stad Deventer waren de 5 grote jaarmarkten die werden gehouden op de Brink, het marktplein van het oude Deventer, waar ook heden nog 2 maal per week een markt plaatsvindt en ook jaarlijks de kermis in de eerste week van juni. De vroegere jaarmarkt was een soort jaarbeurs die 2 à 3 weken duurde en verbonden was met een kerkelijke gedenk- of feestdag:
Midvastenweek– 3 weken voor Pasen
St. Johannes- of St. Jan de Dopermarkt – 24 juni
St. Jacobsmarkt – 25 juli
St. Egidiusmarkt – 1 september
St. Maartenmarkt – 12 november

De huidige Goede Vrijdagmarkt doet thans nog aan de jaarmarkten denken. Op de jaarmarkten kon men diverse talen horen spreken, tal van bijzondere producten ruiken en diverse vreemde figuren zoals kwakzalvers, landlopers, bedelaars, jongleurs en kunstenmakers tegenkomen. Allerlei producten werden op de Deventer jaarmarkten verhandeld:
Lakens uit Brugge en Leiden, hout (de Deventer Houtmarkt) in Amsterdam en de Houtmarkt in Deventer herinneren hier nog aan) en vis dat in die tijd het meest gegeten volksvoedsel was.

De vaart op Bergen in Noorwegen en bij Schonen in Zweden was het belangrijkste. Men ontdekte hoe kabeljauw en haring konden worden geconserveerd. De gedroogde kabeljauw werd tot stokvis behandeld waarna de stokvis via Bergen naar Deventer werd getransporteerd en vandaar verhandeld. Nog steeds heet Deventer tijdens carnavalstijd Stokvissengat. De kooplieden op Bergen, de Bergenvaarders, namen in Deventer een bestuurlijke rol van betekenis. De haring uit Schonen werd aldaar gepekeld en via Deventer verhandeld.

De Koggeschepen met hun groot laadvermogen brachten via zee en rivieren onder andere ijzer, natuursteen, wijnen en zuivelproducten, granen, zout en aardewerk. Vervoer over water was veiliger dan over land: vervoer over land ging via de Hessenwegen met zware hessenwagens getrokken door ossen.

Marktvrede

Tijdens een jaarmarkt moesten de kooplieden met hun geld en goederen veilig zijn. Om die veiligheid te garanderen was in Deventer een aantal regels van kracht. De veiligheidsmaatregelen in de stad waren niet gering, want de marktvrede was voor de stad van economisch levensbelang. De oprichting van een groot houten kruis op de Brink kondigde de marktvrede aan: een ieder mocht vrij zijn handel drijven. Een koopman die door een andere stad werd gezocht, mocht tijdens de markt in Deventer niet gearresteerd worden. Soms kregen kooplieden een escorte van en naar de stad Deventer als men door gevaarlijke gebieden moest reizen.

Diverse markten

Niet alleen op de Brink werden goederen aangevoerd en verkocht. De lakenhandel vond plaats in het Wanthuis op het Grote Kerkhof. Haring werd buiten de Zandpoort op de Haringmarkt verhandeld. Op de Nieuwe Markt vond vanaf 1554 de handel in groenten en fruit plaats. Tot 1996 was hier de wekelijkse groentemarkt.

Foto rechts:
Voor het pand Nieuwe Markt 6 is als herinnering aan de Groentemarkt een marktvrouw met haar waar afgebeeld in de stoep >>

Hooi en stro, een belangrijk product voor boeren met veel vee, werden verkocht op de Stromarkt.
Hout werd in grote hoeveelheden via de Schipbeek, de Rijn en de IJssel aangevoerd. De handel vond plaats op de Houtmarkt.
Roggebrood was het meest gegeten brood. De handel in rogge vond plaats op de Brink nabij de Roggestraat.
De linnenmarkt werd gehouden in april en mei op de Brink voor de Waag.

De eiermarkt vond plaats op de hoek van de Nieuwe Markt en de Hofstraat en op het Grote Kerkhof, terwijl de Botermarkt in een overdekt gebouw (uit 1886) op de Kleine Poot werd gehouden.

Aan de voet van de Grote- of Lebuinuskerk bij de Stovezettershuisjes werd nog lang na de Tweede Wereldoorlog een kippen- en gevogeltemarkt gehouden.

Veel Deventernaren herinneren zich ongetwijfeld de veemarkten op de Beestenmarkt. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd er elke dinsdag een veemarkt gehouden. In 1963 werd voor het laatst de Koude Markt (iedere vierde maandag in oktober) en de Vette Markt (op dinsdag 15 dagen na de Koude Markt ) gehouden.

Heden
Thans is de belangstelling voor de markt in het algemeen nog steeds groot. Op dinsdagmorgen is op de Beestenmarkt de wekelijkse groentemarkt, waar ook kaas, brood en vis worden verkocht. Op vrijdagmorgen en zaterdag de gehele dag bezoeken duizenden liefhebbers van de markt de Brink waar tegen billijke prijzen verse waar, sfeer en gezelligheid het boodschappen doen tot een feest maken.
De geuren in de open lucht van gebakken vis, stroopwafels, bloemen en fruit geven het marktbezoek iets heel bijzonders.

“Op de markt is uw gulden nog steeds een daalder waard”.